“Een bijzondere ontmoeting”…………

“Parkeren bij Isola Santa?, dat kunnen we wel vergeten”. Net nu we de smaak van het wandelen te pakken hebben en de volgende tocht gepland staat moeten we even schakelen. Het is natuurlijk nog volop vakantietijd en waarschijnlijk daardoor trakteert NoiTv, de regionale tv zender hier, ons op beelden waar we niet echt vrolijk van worden. Bij gebrek aan een parkeerterrein staan lange rijen auto’s langs de smalle drukke provinciale weg geparkeerd met alle gevolgen van dien. De zender spreekt van chaotische taferelen en bij het zien hiervan kunnen we dat alleen maar beamen. In eerste instantie is Isola Santa het start- én het eindpunt van de tocht. “Misschien extra vroeg in de auto stappen”? is mijn voorstel. Maar na de laatste tijd nogal eens van de koude kermis teruggekomen te zijn wat betreft parkeren is het misschien het overwegen waard het openbaar vervoer te raadplegen en hebben we er misschien voordeel bij door de tocht niet in Isola te laten eindigen maar in Vagli di Sotto. Ik raadpleeg de allernieuwste app van Teseo.

Ik heb beet, bus E36 heeft een directe verbinding vanuit Castelnuovo. Maar het tijdstip, dat wordt bij nacht en ontij naar het busstation rijden. Je zou toch denken dat zeker in deze vakantieperiode de bussen, met name naar zo’n bekende trekpleister hier in de Garfagnana iets vaker ingezet worden. Fout, hier verplaatst men zich bij hoge uitzondering met de bus. Alleen de schoolbussen draaien buiten de zomervakantie overuren en zijn altijd bomvol. De “machina” staat bovenaan en is natuurlijk in de eerste plaats het meest comfortabel en qua parkeren, ach, daar maken ze zich hier totaal niet druk om. 

Er zit niets anders op, het wordt de bus van 7.18 uur. Dan zijn we na een half uurtje op de plaats van bestemming, hebben nog even tijd om een kop koffie te drinken om vervolgens aan onze tocht te beginnen. En omdat de app ook een busverbinding in de avond garandeert vanuit Vagli di Sotto is de keus snel gemaakt. Er even van uitgaan dat alles een beetje meezit onderweg kan het zo maar een prachtige dag worden.

De buschauffeur zet ons pal af bij het pad waar de sentiero nr. 145 begint. Mooier kan het niet. Het is nog heel vroeg en er is op geen velden of wegen een geparkeerde auto te vinden. “Dat komt nog wel”, zegt Riny, achteraf tegen beter weten in. We zijn er van overtuigd dat we de juiste beslissing hebben genomen, basta.

Even oversteken voor een koffie en snel het dorpje bekijken? Het blijkt nog in diepe rust te zijn en dus niet des Garfagnini. Geen mens te bekennen, laat staan een bar die open is voor de broodnodige café. Het riekt mij hier te veel naar toerisme. We hijsen de rugzakken op en beginnen aan het pad naar boven. Veel omgewaaide bomen onderweg die het pad versperren en we moeten halsbrekende toeren uithalen om ze te omzeilen. Het hoort er allemaal bij. Ook de pittige klim naar de Colle di Careggine die op 1458m ligt geeft je het gevoel al aardig wat hoogtemeters in de benen te hebben. Eenmaal boven pakken we de lunchpakketten en installeren ons op een van de grote boomstammen die hier met honderden tegelijk opgestapeld liggen. Uitgerust zijn we klaar voor de afdaling naar Vagli di Sotto. Maar dat loopt anders. Het pad blijkt, wederom als het gevolg van stormschade onbegaanbaar en veiligheid gaat boven alles dus pakken we de kaart er maar eens bij om een alternatief te vinden. Er is nog een mogelijkheid, dus vol goede moed slaan we het pad in. Tot nu toe gaat het goed. Maar dat is van korte duur. Nergens rood/wit markering meer te bekennen. We besluiten om te keren en na de kaart nogmaals goed bestudeerd te hebben blijft de enige mogelijkheid de lange route terug naar Isola te nemen. “Wijs op reis” heet zoiets. De ervaring heeft ons geleerd dat met name in dit gebied de actuele informatie slecht is. Daarbij komt dat de afgelopen winter hier behoorlijk heeft huisgehouden. Dus moet je tijd incalculeren voor dit soort van oponthoud. We aarzelen, deze route is lang, erg lang en zonder enige garantie dat deze wel begaanbaar is. Dus kiezen wij er voor om het bordje Careggine 1.45uur te volgen. Dit pad is aangeduid als de GT (Grande Traversata) maar op onze gloednieuwe kaart is het een soort van veredeld zandpad dat breed is en in onze beleving niet echt op een GT lijkt zoals wij gewend zijn. Bandensporen zeggen genoeg. Toch is dit de verstandigste manier om in de bewoonde wereld te komen. Alleen, vragen wij ons af, zal er vanuit Careggine een bus gaan. Mijn app geeft aan; “ no results”. Nog maar één proberen. Aan ov apps geen gebrek. Yes, bus vanaf 18.00 uur vanuit Careggine, voor alle zekerheid check ik er nog een en wat schetst mijn verbazing, bus vanaf 18.15 uur. Hoera, ik had het kunnen weten, zelfs de Italiaanse reis apps zijn onderhevig aan de hier welbekende willekeur.

Een paar kilometer voor wij het dorp bereiken spreken we nog met een boer die ons met zekerheid weet te vertellen dat er vanaf 18.30 uur vanuit Careggine een bus vertrekt naar Castelnuovo. Afgezien van allerlei tegenstrijdige app berichten stemt het ons toch ietwat hoopvol. Wel even bij de bar checken roept hij ons nog achterna. 

Als we uiteindelijk na al deze vertragingen vele uren later dan gepland Careggine binnensjokken zijn we blij verrast. Wat een prachtig dorp. Tijd om het in ons op te nemen hebben we echter niet. De bar, daar zal het verlossende woord vallen. ‘

“ Pullman?, oggi? ,non che”, krijg ik als antwoord van de barvrouw. “Weet u het zeker”, vraag ik nogmaals. Deze bar doet tevens dienst als de welbekende Tabacchi die je overal in Italië tegenkomt en waar je nog gewoon je buskaartjes kunt kopen en waar wij er van uit mogen gaan dat ze hier prima op de hoogte zijn van de dienstregeling. “Si”, bevestigt zij. Ik doe nog één poging en vertel haar dat wij onderweg nog te horen hebben gekregen dat er zeker een bus om 18.30 uur vertrekt. Ah, een motie van wantrouwen en dat wordt ons niet in dank afgenomen dus krijgen we als antwoord, “Is mij niets van bekend, maar wie zal het zeggen”. We zijn weer terug bij AF.

Tijdens al dit gedoe heeft Riny ineens de benen genomen. Ik vermoed op zoek naar de nog enige andere bar die dit dorp rijk is. In één van de nauwe straatjes vraag ik of iemand hem is tegengekomen, slank, rugzak op, wit haar én een grote snor. “Nee, maar maakt u zich niet ongerust, er is hier maar één kruispunt en als u daar gaat staan komt hij hoe dan ook voorbij. Hmm, de logica ontbreekt mij maar nu ik iemand te pakken heb vraag ik gelijk maar hoe dat hier nou eigenlijk met die bus zit. “Ja hoor”, de bus vertrekt vanavond van hier. Geen probleem. Dan verschijnt er vanuit het niets een vrolijk uitziende rondborstige man die het verhaal waarschijnlijk heeft meegekregen. Hij richt het woord direct aan de man die mij zoeven nog blij had gemaakt met het goede nieuws over de bus en zegt,” “Ach lieve man, er loopt hier al sinds mensenheugenis geen bus meer naar Castelnuovo”. Hij heeft het nog niet uitgesproken of vanachter de luiken van het huis waar wij voor staan klinkt een vrouwenstem die roept, “Pullman? zeker wel, om zes uur. 

Op datzelfde moment staat Riny ineens weer voor onze neus en besluiten we de raad van onze rondborstige vriend op te volgen en nemen onze plaats in op de hoek van de kruising, waar alles en iedereen niet omheen kan om op de bus te wachten die wel, misschien, of helemaal niet komt. Het hele dorp is nu zo’n beetje op de hoogte wat er aan de hand is met die “stranieri” en velen zoeken alvast een plaatsje op het tegenoverliggende terras om te kijken hoe dit gaat aflopen. Het zal mij niet verbazen of er worden zelfs weddenschappen afgesloten.

Het loopt tegen zeven uur en we geven de moed wat betreft de bus op. Dan ineens staat onze rondborstige vriend voor onze neus die er van overtuigd is dat er al lang geen bus meer vanuit dit dorp vertrekt. Hij bevestigt nogmaals dat we er niet op moeten rekenen. Het publiek voor de bar gaat er nu eens goed voor zitten want er zit iets aan te komen. Wij hebben geen idee wie deze “wijze” man is en wat hij met ons voor heeft. Leedvermaak? Nee, zo ziet het er niet naar uit.

Want hij laat ons niet langer worstelen en zegt met enige trots in zijn stem, “Ik ben Remo, “babbo Natale” en breng elk jaar alle kinderen in Castelnuovo cadeautjes. Dat is mooi, maar ik vraag mij af wat dat met onze situatie te maken heeft. Hij ziet onze verontwaardigde gezichten en begint hartelijk te lachen, “ Mijn slee en rendier staan helaas op stal tot de komende Kerst, maar in deze moderne tijd beschik ik als Kerstman natuurlijk ook over een auto zodat het een kleine moeite is jullie veilig naar beneden te brengen”.  We zijn ontroerd en ik kan het niet laten deze vriendelijke man te omarmen vergezeld door keer op keer “Grazie mille” te roepen. De voorstelling is voorbij en terwijl wij instappen kijk ik nog even richting de dorpelingen die, niet één uitgezonderd, met enige trots op het gezicht de hand opsteken alsof ze willen zeggen, “Ja, stel je maar eens voor, wie wordt er nu hartje zomer door de Kerstman thuisgebracht”. 

Grazie Babbo Remo!!!!

Geef een reactie

Sluit Menu