“Muurbloempjes”……

Kwetsbaar geklauterd tegen een muur van gele stenen.
Zijn status is fragiel.
Zijn lot doet soms een toeschouwer innerlijk wenen.

Ik schrik wakker en vraag mij af waarvan. De wekker geeft 5.10 uur aan en langzaam kruipt er licht door de kieren van de luiken. Ik sta op en mijn blik gaat automatisch naar de lange toegangsweg die rechtstreeks verbinding maakt met ons dorp. In de lente, wanneer de bomen bladeren beginnen te krijgen, is het zicht aanzienlijk minder, zo ook nu, maar er is geen twijfel mogelijk, tussen de bomen door zie ik de ambulance die met zijn gillende sirene de oorzaak is van het abrupt afbreken van mijn welverdiende slaap.

Het geluid zwelt aan, een teken dat Eglio, het voorlaatste dorp bespaard blijft en het om een van onze inwoners gaat. Dan verstomd het, een teken dat de ambulance is gearriveerd. En ja, na een paar tellen rijdt deze voorbij ons huis om vervolgens rechts de oprijlaan van een van de overburen op te rijden. Ik ben niet de enige die deze “nachtmerrie” volgt. Inmiddels hebben zich al verschillende dorpsbewoners verzameld op het pleintje voor ons huis. Daar hebben ze prima zicht op wat er zoal gaat gebeuren. Zij weten als geen ander om wie het gaat. Veelal gaat het om een van de nog zeer oude inwoners. Onzichtbaar voor die buitenwereld, waar ze al jaren geen deel meer van uitmaken, liggen ze soms jaren te wachten op de verlossing. Liefdevol verzorgd door familie, kinderen en noem maar op. Maar naast die liefde is het ook zwaar. Een alternatief is er, alleen in dit Katholieke land rust op een menswaardig afscheid nemen (Dolce morte) van het leven nog steeds een taboe. Het is zelfs ten strengste verboden. Een enkeling wijkt uit naar Zwitserland maar de strenggelovige Italiaan heeft daar geen boodschap aan. Van de mogelijkheid om vanaf 2018 een wilsbeschikking op te stellen heeft twee jaar na dato slechts 0,7% van de Italianen hieraan gehoor gegeven. Dat zegt voldoende.

Op gedempte toon hoor ik mijn dorpsgenoten onder het raam met elkaar praten. Langzaam komt de zon op en rondom de ambulance is het nog steeds stil. Geen enkele activiteit. Maar iedereen blijft, om vooral uit eerste hand de afloop te kunnen bemachtigen. Dan ineens gaat de deur open en verschijnen er twee, zo lijkt het, ambulancebroeders, geheel in het plastic gekleed, voorzien van mondkapje, op het straattoneel. Na een korte groet aan het adres van de omstanders verdwijnen ze en nu is het de vraag, “hoe loopt dit af”. De ambulance verlaat het dorp met stille trom. Geen haast, geen sirene dat aangeeft dat er nog enig teken van leven te verdedigen valt. De menigte valt uiteen, zij weten genoeg.

Nog geen uur later verschijnt de veelzeggende inmiddels grijsgetinte auto van de begrafenisondernemer. Ja, wat dat betreft gaan ze met de tijd mee. Het zwart heeft plaatsgemaakt voor een iets vriendelijker kleur. De bestuurder stopt voor onze deur en opent de achterklep. Uit de laadruimte komt een grote rol papier en een emmertje met een kwast tevoorschijn. Omdat ons huis op een strategische plek staat, iedereen loopt en rijdt hier langs, werden de doodsberichten aan onze oude nog te restaureren muur geplakt. Sinds mensenheugenissen werd dit gedaan. Ze worden, zo is mij verteld, nagenoeg nooit verwijderd. Een enkeling, die het niet langer kan aanzien dat zijn of haar geliefde er soms weken zo niet maanden “hangt” waagt zich soms naar de muur, een emmer met sop meezeulend om deze te ontdoen van het bericht, dat anders langzaam met de seizoenen vervaagt.

Nu de muur niet langer “dorpsbezit” is en de steigers het niet langer toelaten er aankondigingen op te plakken moet de “dood” een andere plek veroveren in het dorp. Ik volg de ondernemer met mijn ogen en zie hem kijken. “Zal ik het wagen”, zo lijkt hij te overwegen. Dan neemt hij een besluit en loopt ferm met zijn rol onder de ene en het emmertje in de andere arm in de richting van de verandering.

Deze post heeft een reactie

Geef een reactie

Sluit Menu